Historiek

Algemene werking
ACLI in België
Financiering
Nieuwe generaties
Nieuwe noden
Erkenning
Doelstellingen ACLI-VL

 

HISTORIEK
menu

ACLI werd na de tweede wereldoorlog opgericht van de sociale beweging van de Italiaanse Christelijke werkers. Deze organisatie - noch partij, nog syndicaat - vervult een aantal functies die gaan van de sociale dienstverlening tot het instaan voor vrijetijdsbesteding. In België werd de ACLI oorspronkelijk voor de Italiaanse mijnwerkers opgericht. Vandaag de dag heeft deze populaire organisatie een uitgebreidere werking gekregen.

Italië. Na de val van het fascisme is één van de herstelde grondwettelijke vrijheden "de vrijheid van de vereniging". Dit kwam o.m. tot uiting in de oprichting van een éénheidsvakbod, de Camera Generale del Lavoro (C.G.L.) waarbinnen alle ideologische strekkingen vertegenwoordigd waren: zowel de katholieke, republikeinse, socialistische als de communistische, en waarbij de laatste twee de meerderheidsstrekking vormden. In 1948 wordt de C.G.L. bij beslissing van een buitengewoon congres opgesplitst in drie onafhankelijke vakbonden. Aanleiding hiertoe was de aanslag op de secretaris van de communistische partij Togliatti.

De communistische strekking en een deel van de socialisten reageerden hierop met de oproep tot een algemene staking wat door de andere strekkingen als het opdringen van een partijpolitieke richting werd beschouwd. Dit incident heeft dan de oprichting van de vakbonden tot gevolg:

C.G.L. : Confederazione Gernerale del Lavoro (Algemene Confederatie van het Werk)

U.I.L. : Unione Italiana dei Lavoratori (Italiaanse Unie van Werknemers)

C.I.S.L. : Confederazione Italiana Sindacati Liberi (Italiaanse Confederatie Vrije Syndicaten)

Die evolutie verandert ook de functie van de ACLI. Deze na de tweede Wereldoorlog opgerichte organisatie droeg tot de splitsing, zorg voor de syndicale vorming van de Christelijke werkers; daarna wordt ze een sociale beweging van de Christelijke werker, die instaat voor de Christelijke en syndicale en politieke vorming tot sociale burgerzin. Eveneens zorgt de ACLI voor dienstverlening.

Op organisatorisch vlak werkt de ACLI op vier verschillende niveaus: gemeentelijk, provinciaal, regionaal en nationaal. Op gemeentelijk vlak vinden we de kernen (zo'n 7000 in Italië); het provinciaal niveau komt overeen met de Italiaanse provincies en het regionaal vlak bestaat uit verschillende regio's, waarbij de Benelux als één regio wordt beschouwd, naast de Duitse, de Zwitserse, de Franse, enz. Tenslotte wordt het geheel overkoepeld door de nationale leiding. Daar de basiswerking voorop staat, vertrekt de structuur van de beweging vandaar uit via verkiezingen om de twee jaar van het bestuur voor de gemeentelijke kernen. De afgevaardigde van de kernen verkiezen dan het provinciaal bestuur dat op zijn beurt het provinciaal uitvoerend comité kiest. Hetzelfde gebeurt om de drie jaar op regionaal en nationaal niveau.

Ideologisch kent de ACLI een totale autonomie t.a.v. zowel de politieke partijen als de katholieke kerk, in tegenstelling tot vroeger. Dit is een groot probleem geweest na de tweede wereldoorlog, omdat toen de gehele katholieke beweging afhankelijk was van de hiërarchische structuren van de katholieke kerk. Het is slechts door strijd van de basismilitanten dat deze structuur werd doorbroken. Niet zonder potten breken. Zo waren bv. de progressieve katholieken tegen een verbond van de christen-democratische partij met de neofascisten om de communisten te bestrijden; ze braken dan ook met deze partij. Het probleem van de keuze tussen klassenverzoening of klassenstrijd kende vriwel alle katholieke organisaties. Sinds 1968 is de autonomie van de ACLI die op dit moment heel Italië, West-Europa, Zuid-Afrika, Zuid-Amerika en ook de Verenigde Staten bestrijkt, officieel vastgelegd, o.a. in de bepaling van de onverenigbaarheid van het lidmaatschap met een partijpolitieke of administratieve functie.

 

ALGEMENE WERKING
menu

De voornaamste werking van de ACLI bestaat uit de sociale dienstverlening. Deze dienstverlening is in Italië nogal verschillend van de Belgische situatie. In Italië gebeurt de sociale dienstverlening via instellingen van publiekrechelijke aard, de Patronati. Deze zijn gratis en toegankelijk voor iedereen. Qua belangrijkheid, afhankelijk van het aantal dossiers, komt de Patronato ACLI, die in tegenstelling tot de andere patronati niet met een bepaalde vakbond verbonden is, op de tweede plaats na het patronato van de katholieke vakbond C.I.S.L. Behalve met sociale dienstverlening houdt de ACLI zich bezig met professionele vorming, met de coöperatieven van producenten, verbruikers en sociale woningbouw. Tenslotte is er een dienst die instaat voor de vrijetijdsbesteding.

 

ACLI IN BELGIË
menu

Toen na W.O. II Italiaanse gastarbeiders naar België werden aangetrokken om in de mijnen te werken zijn rond '46 akkoorden afgesloten tussen ACLI en het MOC-ACW (Mouvement Ouvrier Chrétien - Algemeen Christelijke werkliedenbond) in het kader van de internationale christelijke werkersbeweging. Door deze akkoorden kon de vestiging van de Patronato ACLI daar waar de Italiaanse arbeiders werkzaam waren tot stand komen.

Echter, hoewel ze een pluralistische en open instelling was, liet de Belgische situatie haar niet toe totaal onafhankelijk van de syndicaten te werken. I.v.m. sociale zekerheid is ze dan ook samen gaan werken met de ACV-CSC (Algemeen Christelijk Vakverbond - Conféderation Syndicale Chrétien).

Vanaf het begin bestreek de werking van de ACLI in België een zeer ruim domein: ze droeg zorg voor de opleiding van de migranten die door de oorlog weinig of geen beroepsopleiding hadden gekregen. Ook waren de migranten zeer slecht op de hoogte van de Belgische instellingen en was het nodig een band tussen Italiaanse en Belgische arbeiders te leggen.

Vandaag de dag is de bewustmaking van Italiaanse arbeiders van de onderlinge noodzakelijke solidariteit één van de prioriteiten. Verder probeerde de ACLI Italiaanse arbeiders, die jarenlang onder het fascisme hadden geleefd, opnieuw het besef van het democratisch functioneren van een maatschappij bij te brengen en daar vormend aan te werken. Met dit doel voor ogen werden rond '54 in heel België ACLI-kernen opgericht en deze vorming heeft resultaten gehad als je bedenkt dat in 1951 de syndicalisatiegraad van Belgsiche werkers al 70%, maar die van de Italiaanse werkers slechts 18% was, terwijl nu 60% van de Italiaanse werknemers in België gesyndikeerd zijn.

 

FINANCIERING
menu

De patronato ACLI in België wordt gesubsidieerd door de Italiaanse staat via een belasting op het loon van de Italiaanse werkers. De verdeling subsidies gebeurt op basis van punten toegekend per dossier. Omdat de dossiers van immigranten zeer ingewikkeld zijn, krijgt de ACLI hier een groter aandeel van het subsidiëringsbedrag dan de ACLI in Italië zelf. Wat de vormingsprojecten betreft, deze worden jaarlijks per project goedgekeurd, waarna 50% van de subsidies van het Europees Sociaal Fonds en de andere 50% van het Italiaanse Ministerie van buitenlandse zaken komen. Verder ontvangt de ACLI subsidies van Waalse kant waar ze erkend is sinds 1976 als organisatie voor permanente vorming voor volwassenen. In Vlaanderen is ze erkend als landelijke migrantenvereniging sinds 1995.

 

NIEUWE GENERATIES
menu

Voor de tweede generatie, waarvan velen hier blijven, ondanks het feit dat de ouders naar Italië terugkeren, en voor de nieuwe migranten, stellen zich echter wel problemen, vooral wanneer men er, zoals de ACLI van uitgaat dat integratie belangrijk is, maar dan wel met de culturele autonomie als essentiële peiler. Vele problemen zijn hier het gevolg van de houding van de Italiaanse regering, die uitsluitend bilaterale akkoorden met België heeft afgesloten betreffende de sociale zekerheid en dergelijke, maar het culturele domein volkomen heeft vergeten: bv. Op het vlak van de erkenning van diploma's voor zover er diploma's zijn, want de scholingsgraad van de Italiaanse migrantenkinderen laat nog veel te wensen over. Een probleem dat ook in solidariteit met de Belgische arbeidersbeweging opgelost zou moeten worden. N.a.v. een enquête onder de jonge gastarbeiders heeft de ACLI moeten vaststellen dat er een drang bestaat naar de ontdekking en ontplooiing van een culturele "immigrantse identiteit". De jonge gastarbeiders willen deze identiteit ontwikkelen vanuit de gemeenschap waarin ze leven, nl. de Italiaanse nationaliteit behouden, maar in Vlaanderen wonend. Zeer weinig jongeren voelen zich aangetrokken met alles wat Italiaans niet juridisch administratieve instanties te maken heeft (dit wil zeggen Italiaanse vakbonden, Italiaanse partijen, Italiaanse verenigingen, enz...). Het is daarom dat de ACLI steeds meer een beweging aan het worden is die vooral de Belgische en Vlaamse economische, sociale en politieke problemen wil aanpakken en dit samen met de plaatselijke Christelijke en gehele arbeidersbeweging.

 

NIEUWE NODEN
menu

Vertrekkend vanuit dit standpunt heeft de "ACLI-nieuwe generatie" te kampen met een aantal nieuwe noden: de jonge gastarbeiders met al hun problemen, politieke rechten, vrijetijdsbesteding, de specifieke immigrantse cultuur, racisme en xenofobie, crisis der waarden, de bewustwording in het algemeen. De manier waarop de ACLI te werk gaat, bestaat erin de kloof tussen de burgers en de instituties te verkleinen, deze instituties te veranderen door erin opgenomen te worden en erin werkzaam te zijn, meer belangrijkheid geven aan de basisgroepen en de gastarbeiders "hoofdfiguren" maken. Dit alles om resultaten te verkrijgen die gaan van gemeentelijk stemrecht tot de wijkcomités, de juridische en politieke acties tegen racistische en xenofobische fenomenen, samenwerking met de plaatselijke vrije basisgroepen en de vorming van jonge allochtonen. Alsook tegemoet komen aan de Italiaanse seniorengroep om de structurele tekorten in het zorgaanbod weg te werken. Al deze resultaten kunnen volgens de ACLI verkregen worden in samenwerking met de arbeidersb eweging van heel België.

 

ERKENNING
menu

Vanaf 1 januari 1995 is ACLI-VLAANDEREN als zelforganisatie voor migranten erkend door de Vlaamse overheid. Hiervoor werden de Limburgse en Brabantse ACLI-afdelingen en een aantal andere verenigingen uit de regio samengebundeld in een nieuwe vzw genaamd ACLI-VLAANDEREN. Momenteel telt ze 85 afdelingen verspreid over Limburg, Brabant, Brussel en Oost-Vlaanderen.

 

DOELSTELLINGEN ACLI-VLAANDEREN
menu

Burgers van verschillende etniciteiten vormen opdat zij volwaardig in de maatschappij kunnen functioneren en dit zowel op sociaal, politiek als economisch vlak.